Dissociatie en SOLK

Het is misschien wat kort door de bocht om Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijke Klachten (SOLK) en dissociatie in één adem te noemen. Toch heb ik dit gedaan omdat ze een zekere overlap met elkaar hebben.

 


Dissociatie

Dissociatie is een beschermingsmechanisme dat mensen in staat stelt om nare ervaringen en herinneringen daaraan te ontlopen. Dit gebeurt door bepaalde hersenfuncties, zoals het bewustzijn, het geheugen of de waarneming, tijdelijk ‘uit te schakelen’ wanneer de nare gebeurtenis plaatsvindt. Dit beschermingsmechanisme zorgt ervoor dat we de nare gebeurtenis overleven en zo goed mogelijk doorstaan.


Bij het meemaken van nare gebeurtenissen zijn er verschillende reacties mogelijk in ons brein en zenuwstelsel:

 

  • Wanneer je voldoende toegang hebt tot sociale contacten om je te steunen gedurende de nare gebeurtenis en er goed over kan praten, dan voel je je over het algemeen veilig en verbonden. Het lukt het je om helder na te denken, te focussen, beslissingen te nemen, het probleem zo goed mogelijk op te lossen en flexibel te zijn. Je ‘window of tolerance’ is dan voldoende groot en het lukt je om jezelf voldoende te reguleren en onder controle te houden. Gevoelens als liefde, kalmte, vriendelijkheid en geduld zijn nog toegankelijk. Ook lukt het om te ontspannen, te slapen en te eten. Je hebt voldoende veerkracht. Dit wordt vaak ‘het mensenbrein’ genoemd.


  • Wanneer er onvoldoende veiligheid ervaren wordt vanuit het sociale contact om je heen op het moment van een nare gebeurtenis, zorgt deze voor een toename aan alertheid en schiet het zenuwstelsel vanuit zijn ontspannen modus in overleefmodus. Gevoelens als woede, paniek en angst komen omhoog en je bent geneigd te vluchten of te vechten. Er komt een enorme hoeveelheid energie vrij in je lichaam die voornamelijk naar je benen (bij angst) of handen (bij boosheid) stroomt. Je voelt je over het algemeen oncomfortabel, overprikkeld, je wil jezelf verdedigen, schreeuwen of wegrennen. Gevolgen van je acties kan je niet goed overzien en je kan er op dat moment niet goed over nadenken. Je kan in deze staat van zijn niet eten of slapen, daar ben je te alert voor. Dit wordt vaak ‘het zoogdierenbrein’ genoemd.


    • Het komt voor dat vechten of vluchten bij een nare gebeurtenis niet mogelijk is en dat er tegelijkertijd ook geen veiligheid ontleend kan worden aan sociaal contact met anderen. Er zit voor ons lichaam en brein op zo’n moment niets anders op dan te bevriezen. Ons zenuwstelsel gaat in ‘shut down’ en zal alle energie gebruiken om te overleven. Je volgt je op zo’n moment uitgeput, onderprikkeld, langzaam en moe. Je kan niet focussen of je ergens toe motiveren. Wat je voelt kan je het beste omschrijven als vlak, ver weg, verdoofd, in trance of leeg. Deze fase noemen we dissociatie. Je kan niet meer nadenken en checkt als het ware uit. Je hoofd lijkt vol met watten te zitten. In deze staat van zijn ben je geneigd weg te kruipen, jezelf te verstoppen en dingen te vermijden. Soms kan je gemakkelijk flauwvallen. Omdat je zo min mogelijk energie verbruikt, heb je geen honger. Wel ben je vaak erg moe en slaap je veel. Dit wordt vaak het ‘reptielenbrein’ genoemd.

    Dissociatie ervaren we allemaal wel eens. Denk aan naar huis fietsen en er ‘opeens’ al zijn, achteloos je sleutels ergens neerleggen, een afgevlakt gevoel hebben als je slecht geslapen hebt of een ‘hoofd dat overloopt’ als je veel dingen tegelijkertijd moet doen.

     

    Als de dissociatie voor een langere periode of zelfs chronisch optreedt, kan gedacht worden aan traumatische gebeurtenissen die op een eerder moment in het leven hebben plaatsgevonden. Bij preverbaal trauma kan het zelfs zo zijn dat een kind opgroeit in grotendeels dissociatieve staat en dit als ‘normaal’ ziet en niet beter weet. Vaak hebben deze kinderen het gevoel dat ze zichzelf niet zijn of een deel van zichzelf kwijt zijn.

     

    In de praktijk zie ik vaak dat kinderen en jongeren die gedissocieerd zijn geen toegang hebben tot de lichamelijke sensaties die bij de traumatische herinneringen horen. Ook komt het voor dat kinderen zelfs de herinneringen zelf compleet geblokkeerd hebben. We zoeken altijd naar een manier om toch toegang tot alle herinneringen te krijgen, vaak lukt dit. Het lukt niet altijd volledig, waardoor het kan zijn dat het kind een deel wat nu nog niet toegankelijk is, op een later moment alsnog moet verwerken.

     

    Wanneer dissociatie niet behandeld wordt bij kinderen, kan dit in de toekomst uitgroeien tot een dissociatieve stoornis. Het is daarom belangrijk om altijd oog te hebben voor dissociatie gedurende een traumabehandeling en hier op in te steken.


    Wanneer dissociatie behandeld wordt en het lukt om uit de dissociatieve staat van zijn te komen, gebeurt het heel vaak dat het lichaam en brein eerst in de vecht/vluchtmodus terecht komen om daarna als het ware pas in het rustigere mensenbrein te landen. Dit kan ervaren worden als dat het eerst een periode ‘minder goed’ met het kind gaat. Boosheid en angsten komen namelijk volledig terug en kunnen op zo’n moment bewust ervaren en verwerkt worden. Ouders en kinderen krijgen hier gepaste ondersteuning bij.

     

    SOLK

    Kinderen en jongeren met SOLK hebben lichamelijke klachten, zoals chronische pijn, vermoeidheid, verlammingen of wegrakingen die niet (geheel) verklaard kunnen worden door een lichamelijke ziekte. Een kind of jongere met SOLK heeft vaak ook last van angsten, depressieve gevoelens of PTSS klachten. Bij SOLK is het enerzijds belangrijk om te bekijken wat de oorzaak is van de klachten, anderzijds om de gedragingen te onderzoeken die het in stand houden. Kinderen met SOLK klachten hebben vaak geen goed zicht op hun eigen grenzen en gaan hier vaak ongemerkt overheen. Ook voelen zij zich vaak machteloos. Herinneringen zijn soms in taal wel toegankelijk, maar de lichamelijke sensatie niet.


    Door middel van het gevolgenmodel kan gerichte EMDR ingezet worden om SOLK klachten te verminderen. Soms zijn de SOLK klachten al op jonge leeftijd ontstaan, dan zal de verhalenmethode ingezet worden om deze klachten te verminderen (zie preverbaal trauma). De therapie richt zich voornamelijk op de lichamelijke sensaties, waardoor bijbehorende herinneringen weer toegankelijk worden.